Ik zag de maan, vanuit mijn raam.
Ik zag hem daar boven in de hemel staan.

Door zijn oogverblindende licht,
verloor ik acuut mijn evenwicht.

Zo helder en duidelijk, niks moeilijks aan.
Ik was jaloers, ook al had het de vorm van een banaan.

Ik wou dat ik zo kon zijn, overal wezen en geen zorgen,
gewoon op weg naar morgen.

Het lijkt me fijn,
de maan te zijn,
toch ben ik liever hier bij jou,
als mezelf.


 

De kleurenstaal.